Vredesvraag
aan stukken?
Tekst
toespraak tot de gemeenteraad van Arnhem,
13 februari 2003
Dames en heren,
Er staat een oorlog voor de deur en of
de duvel ermee speelt, stelt het College voor om het gemeentelijk vredes-
en ontwikkelingsbeleid af te schaffen (althans, wat daar nog van over
is).
Nu weet ik wel dat het gemeentebestuur niet bij machte is om grootmachten
die op oorlog uit zijn tegen te houden. Maar een activiteitenbudget in
stand houden waaruit door plaatselijke organisaties activiteiten worden
gefinancierd om vanuit Arnhem ten-
minste nog íets te doen aan de
tegenstellingen in de wereld, kan het gemeentebestuur wèl. En met
een budget van slechts € 23.000 op jaarbasis zou de stad zich moeten
schamen, want het komt neer op een bijdrage van 16 eurocent per inwoner
per jaar. En dat terwijl iedere zichzelf respecterende gemeente in Nederland
al jarenlang het drievoudige bijdraagt.
En hiermee geef ik de raad meteen al twee argumenten om tégen de
voorgestelde bezuiniging op het Vront-beleid te stemmen. Het sop is de
kool niet waard namelijk, want op een te bezuinigen bedrag van ruim €
8 miljoen euro is € 23.000 verwaarloos klein. En ten tweede zou Arnhem
de richtlijnen van het VNG moeten volgen, want met het gemeentelijk beleid
op het gebied van vredes- en ontwikkelingswerk blijft Arnhem al jaren
in gebreke.
Het is de raad genoegzaam bekend dat het vredes- en ontwikkelingsbeleid
in Arnhem grotendeels gedragen wordt door de organisaties die gebundeld
zijn in het Platform Arnhem Mondiaal. Voor hen zijn nauwelijks faciliteiten.
Maar ook van buiten het Platform doen organisaties een beroep op het activiteitenbudget,
zoals scholen die uitwisselingsprojecten met ontwikkelingslanden op poten
proberen te zetten. Het was bijzonder pijnlijk dat de dienst M.O. vanaf
oktober vorig jaar alle subsidieaanvragen moest afwijzen louter vanwege
het feit dat het bescheiden budget al was uitgeput.
Omdat het vandaag in de discussie om
argumenten gaat, heeft het Platform Arnhem Mondiaal als adviesorgaan voor
de gemeente de afspraken op een rijtje gezet die met het gemeentebestuur
tot nu toe zijn gemaakt. Deze afspraken gelden tot op de dag van vandaag.
Ik roep ze hierbij nog eens in herinnering:
- Bij de oprichting van het Platform
in 1986 is door Platform en gemeentebestuur afgesproken dat het werk-
en adviesterrein afgebakend is op de onderdelen vredes-
vraagstukken en
ontwikkelingssamenwerking. Met beider instemming zijn daar later de onderdelen
mensenrechten en mondiale milieuvraagstukken aan toegevoegd. Voor de toendertijd
ook al bestaande problematiek rond de integratie van minderheden werd
de adviescommissie Minderheden opgericht. Voor alle duidelijkheid: deze
scheiding in adviescommissies heeft niet plaatsgevonden uit desinteresse
voor de positie van minderheden, maar vanwege de specifieke aard van de
verschillende werkterreinen. Daarom is het ook zo vreemd dat het College
voorstellen ten aanzien van het Vront-beleid onderbrengt in een nota over
het minderhedenbeleid.
- In 1994 is vervolgens – en wel
raadsbreed – het Arnhem Appèl geaccordeerd. Hierbij heeft
het gemeentebestuur zich vastgelegd op het stimuleren van actieve burgers
die zich bezig houden met vraagstukken op het gebied van solidariteit
en duurzaamheid. Dit raadsstuk is nog altijd staand beleid, hoewel ieder
van u weet dat het praktische werk hierbij grotendeels neerkomt op de
schouders van de Platform-
organisaties.
- Op initiatief van het College heeft
het Platform zich gedurende de afgelopen twee jaar omgevormd tot een Non-Gouvernementele
Organisatie. En juist nu eind 2002 deze transformatie succesvol is afgesloten,
komt het College met het voorstel om maar helemaal te stoppen met het
huidige beleid! Dan zou alle moeite dus voor niets geweest zijn.
Het Platform Arnhem Mondiaal is duidelijk in zijn standpunt.
Al 17 jaar geeft het Platform vorm en inhoud aan het motto “denk
mondiaal en handel lokaal”. Het gemeentebestuur kan er zijn voordeel
mee doen en de Arnhemse bevolking kan zich er bij aansluiten. De structuur
is er en de kennis van zaken is er. En dankzij een lange staat van dienst
hebben de Platformorganisaties de nodige ervaring in huis. Dit geldt voor
de mensenrechtenorganisaties die vanuit Arnhem actie voeren tegen schendingen
van de mensenrechten. Het geldt ook voor de ontwikkelingsorganisaties
in het Platform die zich het lot aantrekken van de allerarmsten in de
wereld en daar in de loop der jaren enorm veel goeds in hebben bereikt.
En het geldt voor de vredesgroepen die wapenhandel aankaarten en de vredesgedachte
levend houden. En het geldt niet in de laatste plaats voor de milieuorganisaties
die keer op keer wijzen op de noodzaak om behoedzaam om te gaan met wat
de aarde ons aan goeds biedt en dat voortdurend verkwanseld, opgesoupeerd
en vervuild dreigt te raken.
Het Platform Arnhem Mondiaal adviseert
de gemeenteraad dan ook om de inzet van de vredes- en ontwikkelingsorganisaties
in Arnhem waar mogelijk te ondersteunen zoals in het verleden is overeengekomen
en daarbij het jaarlijks activiteitenbudget in overeenstemming te brengen
met de landelijke richtlijn in plaats van erop te bezuinigen.
Ik dank u voor uw aandacht.
Ed Bruinvis
Voorzitter Platform Arnhem Mondiaal
|